Eind vorig jaar schreef ik een verhaaltje over het pimpelmeesje dat tegen de deur van onze binnenruimte aanvloog en daar onbewogen bleef liggen. De kou zou het vogeltje misschien fataal zijn geworden en daarom is het even in warme handen naar binnengehaald. Na opgewarmd en bijgekomen te zijn, kon het beestje weer naar buiten en vloog even later weer dapper weg.

Een half jaar later lag ik opeens ‘boem’ thuis op de keukenvloer. Een onweersbui had van de keukenvloer een glijbaan gemaakt. De val veroorzaakte een gescheurde hamstring en een gebroken schouder. Tijdens een operatie is die laatste weer in elkaar gezet en daarna zat er niks anders op dan net als het vogeltje een tijdje bij te komen om te herstellen. Dat herstel vergde alleen wel wat meer tijd…..

Het stilzitten zorgde voor veel bezorgde gedachten: ‘Hoe moet dat met de tuin? Met de coachtrajecten?’ De nadruk in die gedachten lag vooral op wat er niet kon.
Ondertussen ging de tuin gewoon zijn gang en was er gelukkig nog een paar tuindershanden over. Die handen hebben enorm hard gewerkt. De tuin doorstond de droogte en liet een wat woestere versie van zichzelf zien. Een versie die minstens zo mooi was als voorafgaande jaren.

Drie maanden later kan ik nog lang niet alles, maar al wel voorzichtig wat in de tuin doen. Er heeft zich in die periode een andere versie van mezelf kunnen ontpoppen. Eentje die ontdekte dat je niet van alles misloopt wanneer je stil komt te staan. Je ontdekt dan juist alles wat je misloopt door maar door te rennen.