Ongeveer 15 jaar geleden kwam een toenmalige collega heel lief met een vijgenboompje in een pot op het werk. De boom was te groot geworden voor de pot en hun terras en kon misschien een beschutte plek krijgen in de Vinca-tuin. In de eerste paar jaar stond hij onopvallend naast een schutting, maar daarna groeide hij er bovenuit. Het werd een uitzichttoren voor de mussen. De boom groeide niet alleen in de hoogte, maar werd ook steeds breder. De takken staken over het pad wat er naast liep. Sinds een paar seizoenen moet zelfs ik (en dat zegt wat) bukken om onder de takken door te kunnen lopen. We hebben ze een klein beetje gesnoeid en de takken naar achteren getrokken met een spantouw. Eigenlijk waren er drastischer maatregelen nodig. Maar die boom flink snoeien… hij is zo mooi….

‘Je kunt ook het pad verleggen’. Ik hoor het de bezoeker van de tuin nog zeggen, maar weet niet meer wat mijn reactie was. Het zal ontwijkend zijn geweest, want een enorme weerstand kwam naar boven. Dat pad liep daar al zo lang en verleggen zou ten koste gaan van een moestuinvak. Allebei slechte argumenten. Dat stuk van de moestuin is (door de vijg) te droog om wat te laten groeien. En het hoeft geen nadere toelichting waarom de eerste tegenwerping geen overtuigende is.

Weerstand mag soms even zijn ding doen. Geef het de tijd en ruimte om te voelen wat er achter zit. Is de weerstand terecht? Of voel je iets binnen in je dat je aandacht verdient?

Veel tijd had het in dit geval niet nodig. Binnen een paar weken waren de vlinderstruiken aan de overkant van het pad verplant en was het pad verlegd. De prachtige vijgenboom is vol in beeld gekomen en de ruimte die dit geeft is voelbaar. Wat nodig was, was het voelen dat er ook een innerlijk pad aan verleggen toe was.