Helaas duurt een kippenleven een stuk minder lang dan dat van mensen. In de Vinca-tuin hebben we ze acht, negen, soms tien jaar zien worden, maar dan hield het toch al snel op. De populatie zijdehoenders veranderde daardoor in de afgelopen jaren voortdurend. Er zijn jaren geweest met veel kuikens, waarbij we een nieuw thuis moesten zoeken voor een aantal hoenders. En nu zijn er nog maar drie. Haan Mario hebben we via via gekregen. De hennen Annie en Miep zijn op de tuin geboren. Door het komen en gaan van kippen, hanen en kuikens zijn we even kwijt hoe oud de dames ondertussen zijn. Annie verdenk ik ervan dat ze de leeftijd van tien jaar al ruimschoots is gepasseerd. In elk geval leggen beide dames al een tijdje geen eieren meer.
Ondanks hun leeftijd zijn ze nog inspirerend actief. Niet meteen ’s ochtends vroeg. Dan worden ze vaak door één van ons uit hun nachthok getild. Maar daarna gaan ze meteen rondscharrelen en uitgebreid stofbadderen. Ze hebben een ruime ren waar ze beschut en beschermd tegen roofvogels kunnen bewegen. Omdat in hun afwezigheid het kippenvoer onder andere door een grote zwerm mussen wordt opgegeten, laat ik ze in de ochtend meestal in de ren zitten.
Zodra ik tussen de middag weer aandacht voor ze kan hebben, staan ze klaar. Op een rijtje voor het hek maken ze glashelder wat ze willen: meer bewegingsruimte!
Als het hek opengaat stormen ze letterlijk naar buiten hun voorlopige vrijheid tegemoet. Op zoek naar malse jonge plantjes om op te peuzelen en los zand om in te graven. Binnen de kortste keren zie ik Miep springen naar groen dat net over de rand van een plantenbak groeit. Groeide moet ik zeggen….
Een netwerk van hekjes zorgt ervoor dat de kippen een groot oppervlak hebben om te scharrelen, maar dat ze uit de moestuin blijven. Die zou anders het hele jaar bestaan uit zwarte grond. Zodra ik in de moestuin bezig ben, zoeken zij een plek op net aan de andere kant van zo’n hekje. Met rustgevende geluidjes moedigen ze me aan. Ze snappen het: je blijft in beweging door het vanuit plezier te doen. Niet omdat een stappenteller je zegt dat je nog te weinig hebt gewandeld of omdat het van jezelf of van iemand anders moet. Maar doordat je luistert naar waar jouw lichaam blij van wordt.