De Vinca-tuin wordt vaak omschreven als een vredige plek. Boeiend eigenlijk, want als je goed luistert hoor je heel veel dat het tegenovergestelde is van vredig. Vogels die tegen elkaar tekeer gaan, de hoorns van geiten Ruth en Roelien die tegen elkaar aan knallen, Mario de haan die één van zijn hennen hardhandig corrigeert…. geen vredige geluiden. Dieren zijn regelmatig onaardig tegen elkaar.
‘Met stroop vang je meer vliegen dan met azijn’. Met die wijsheid ben ik opgevoed. Maar klopt het wel? Dient het je om altijd aardig te zijn? Verminder je niet de waarde van jouw aardig-zijn wanneer je het als een toneelstukje opvoert?
Wanneer ik op het punt sta om echt onaardig te doen, slaat mijn innerlijke alarmsysteem soms op hol. Scenario’s worden in mijn hoofd afgespeeld en uiteindelijk doe ik vaak toch weer een soort aardig. Het verhaal over de keuze tussen stroop en azijn is dan een goedpraten van lafheid. Mijn lichaam geeft het signaal dat het niet veilig genoeg is voor de echte emoties.
Er zit ergens nog iets in tussen echt onaardig doen en onecht aardig doen. Een punt waarop je jezelf niet tekort doet door je emoties weg te drukken, maar tegelijkertijd de relatie met de ander niet onnodig verstoort. Dat punt vraagt om veiligheid in jezelf en in de relatie. Relaties die de moeite waard zijn bieden die veiligheid. Door af en toe niet aardig te zijn, zorg je ervoor dat weggedrukte emoties je gezondheid niet ondermijnen. Bovendien evalueer je jouw aardig-doen!